Wat is de meerwaardebelasting?

Vanaf 1 januari 2026 voert België een nieuwe meerwaardebelasting in. Dat betekent dat gerealiseerde winsten (“meerwaarden”) bij de verkoop van aandelen, fondsen of andere financiële activa voortaan belast worden. Concreet gaat het om de stijging van de waarde van een belegging tussen het moment van aankoop en het moment van verkoop. Waar dit tot nu toe grotendeels onbelast bleef voor particuliere beleggers, zal deze meerwaarde vanaf 2026 belast worden tegen een tarief dat afhankelijk is van de situatie. Deze nieuwe regelgeving heeft zowel voor particuliere beleggers als voor ondernemers belangrijke gevolgen.
Laatste nieuws over de meerwaardebelasting
FAQ Meerwaardebelasting
Op het moment van schrijven van deze FAQ is de wet nog niet gestemd. Onderstaande informatie is bijgevolg nog niet definitief en kan mogelijk nog gewijzigd worden.
Algemeen
Wie is de meerwaardebelasting verschuldigd?
De meerwaardebelasting is verschuldigd door fiscale inwoners van België die
- hetzij natuurlijke personen zijn, onderworpen aan de personenbelasting.
- hetzij rechtspersonen zijn, onderworpen aan de rechtspersonenbelasting (cfr. artikel 220, 3° en 4° WIB/92). Denk hierbij aan een VZW, een private stichting, … Een uitzondering is evenwel voorzien voor die rechtspersonen die gerechtigd zijn fiscale attesten uit te schrijven n.a.v. ontvangen giften, alsook voor overheden, bepaalde intercommunales, …
Wanneer de met winst verkochte financiële activa werden aangehouden in zgn. gesplitste eigendom (d.w.z. vruchtgebruik/blote eigendom), is de hoedanigheid van de blote eigenaar(s) doorslaggevend, aangezien zij de meerwaardebelasting verschuldigd is/zijn.
Indien een maatschap een dergelijke meerwaarde realiseert, moet wegens haar fiscaal transparant karakter gekeken worden naar de hoedanigheid van de achterliggende maten.
De wetgeving die de aangifteplicht regelt voor andere verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid (bvb. beleggingsclubs, feitelijke verenigingen, …) geldt ook t.a.v. de meerwaardebelasting: de volmachthouder van deze vereniging zal de belasting verschuldigd zijn.
Meerwaarden op financiële activa die gecertificeerd werden, zullen nog steeds op transparante wijze moeten worden belast in hoofde van de houders van deze certificaten.
Wie is van de meerwaardebelasting vrijgesteld?
De meerwaardebelasting is niet verschuldigd door
- Belgische vennootschappen, onderworpen aan de vennootschapsbelasting
- Niet-inwoners van België
Welke meerwaarden zijn belastbaar?
Meerwaarden die binnen het normaal beheer van het privé-vermogen gerealiseerd worden n.a.v. een overdracht onder bezwarende titel van financiële activa, zijn belastbaar onder de nieuwe meerwaardebelasting.
Het begrip “financiële activa” moet zeer ruim geïnterpreteerd worden. Er zijn vier categorieën:
- Financiële instrumenten (bvb. aandelen, obligaties, fondsen, ETF’s, opties, futures, …)
- Bepaalde verzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen (bvb. individuele levensverzekeringspolissen van het type Tak-21, Tak-23, Tak-26, Tak-44, Tak-6, …).
- Crypto-activa
- Geldmiddelen (bvb. vreemde valuta) en beleggingsgoud
De meerwaarden moeten gerealiseerd zijn n.a.v. een “overdracht ten bezwarende titel”. Dit houdt in dat er een tegenprestatie vanwege de overnemer moet zijn (bvb. betaling van de prijs).
Worden gelijkgesteld met een overdracht ten bezwarende titel:
- de gehele of gedeeltelijke afkoop bij leven van een verzekeringscontract of kapitalisatieverrichting, in welk geval de rechthebbende belastbaar is.
- emigratie van de natuurlijke persoon of rechtspersoon.
Welke meerwaarden zijn niet belastbaar?
Overdrachten van financiële activa n.a.v. een schenking of overlijden vallen buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting, aangezien dat geen overdracht ten bezwarende titel is, maar wel een overdracht “om niet”.
Transacties met als voorwerp andere dan financiële activa (bvb. kunst) worden evenmin geviseerd.
Worden de meerwaarden gerealiseerd binnen een beroepsactiviteit of vormen ze het resultaat van speculatie of abnormaal beheer van privé-vermogen, dan zullen ze als beroepsinkomen, respectievelijk speculatieve inkomsten belast worden. Hieraan verandert niets.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde berekend?
De belastbare basis is het positieve verschil tussen de voor de overgedragen financiële activa ontvangen prijs enerzijds en de aanschaffingswaarde van die financiële activa. Eventuele kosten of (andere) belastingen kunnen niet in aftrek gebracht worden.
De verkregen prijs kan de vorm aannemen van een betaling in contanten, van in ruil ontvangen aandelen, …
De aanschaffingswaarde is de prijs waartegen men de financiële activa ten bezwarende titel heeft verkregen. Dit houdt o.m. in dat wanneer de financiële activa werden verkregen n.a.v. een schenking of een overlijden, dit géén impact heeft. Anders gezegd, de door de schenker/overledene betaalde aanschaffingswaarde gaat mee over op de begiftigde/erfgenaam, die bijgevolg ook de latente belastingschuld overneemt. Er is geen ‘step-up’.
Indien eenzelfde financieel activum op verschillende momenten werd verworven, moet het FIFO-principe (“first in, first out”) toegepast worden.
Indien bepaalde financiële activa zijn uitgedrukt in vreemde valuta, moeten zij omgezet worden naar euro aan de wisselkoers die geldt op het moment van de verwerving, resp. de overdracht.
Specifiek voor wat de (partiële) afkoop van verzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen betreft, geldt als belastbare basis het positieve verschil tussen de kapitalen of de uitgekeerde afkoopwaarden enerzijds en (het evenredige gedeelte van) de gestorte premies anderzijds.
Worden alle soorten transacties op dezelfde manier belast ?
Nee, de wet maakt een onderscheid tussen drie types overdrachten, met elk haar eigen tarieven, vrijstellingen en administratieve formaliteiten.
Er geldt een strikte volgorde: pas wanneer de overdracht niet beantwoordt aan de criteria van ‘type 1’, moet bekeken worden of ‘type 2’ van toepassing is. Wanneer ook dat niet het geval is, zal de residuaire categorie (‘type 3’) spelen. De verschillende types worden verderop in deze FAQ behandeld.
Zijn minderwaarden aftrekbaar?
Gerealiseerde minderwaarden zijn aftrekbaar van gerealiseerde meerwaarden, maar onder zeer strikte voorwaarden:
- de minderwaarde moet in hetzelfde belastbaar tijdperk gerealiseerd zijn als de meerwaarde. Minderwaarden zijn niet overdraagbaar naar een volgend belastbaar tijdperk.
- de minderwaarde moet door dezelfde belastingplichtige gerealiseerd worden als de meerwaarde.
- de minderwaarde en de meerwaarde moeten binnen dezelfde categorie (‘type1, 2 of 3’) gerealiseerd zijn. Een minderwaarde binnen een effectenportefeuille kan zo bvb. verrekend worden met een meerwaarde op een Tak-23 verzekering.
Wat met historische waardeaangroei?
De belasting is verschuldigd op de meerwaarden die worden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026.
De historische meerwaarden (= de waardeaangroei t.e.m. 31 december 2025) worden vrijgesteld. Daarom geldt voor de financiële activa die werden verworven vóór 1 januari 2026, de waarde van die activa op 31 december 2025 als (fiscale) aanschaffingswaarde.
Enkel t.a.v. die financiële activa, die dus per 31 december 2025 in bezit waren, is bovendien voorzien dat bij een overdracht ten bezwarende titel ervan uiterlijk op 31 december 2030, het tegenbewijs kan geleverd worden van een hogere werkelijke aanschaffingswaarde. Let wel, deze tijdelijke maatregel laat enkel toe om een meerwaarde te verkleinen, niet om een minderwaarde te vergroten. Dit tegenbewijs mag op basis van de gemiddelde aanschaffingswaarde geleverd worden. Hiervoor geldt de FIFO-methode dus niet. Voor meerwaarden op deze financiële activa die gerealiseerd worden vanaf 1 januari 2031, vervalt deze mogelijkheid en zal m.a.w. sowieso de waarde per 31 december 2025 als fiscale aanschaffingswaarde weerhouden worden.
Wat bij immigratie en emigratie?
De bedoeling van de wetgever is om enkel de ‘Belgische periode’ van de eigenaar te belasten. Er zijn daarom bijzondere regels voorzien t.a.v. immigratie en emigratie.
Bij immigratie zal de fiscale aanschaffingswaarde van de financiële activa geacht worden de waarde van die activa te zijn op de datum van de immigratie. De als niet-inwoner betaalde aankoopprijs is m.a.w. irrelevant.
Een emigratie is een met een overdracht ten bezwarende titel gelijkgestelde handeling. Het verschil tussen de waarde van de financiële activa op datum van emigratie enerzijds en de fiscale aanschaffingswaarde ervan anderzijds wordt geacht een belastbare meerwaarde te zijn.
Omwille van het feit dat er geen werkelijke verkoop heeft plaatsgevonden, voorziet de wet in een automatisch uitstel van betaling van de meerwaardebelasting bij verhuis naar een land van de EU of van de EER of naar een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in informatie-uitwisseling en wederzijdse invorderingsbijstand. Bij emigratie naar een ander land, kan dit uitstel op verzoek en mits het verstrekken van voldoende zekerheid, toegekend worden.
Deze uitgestelde belastingschuld wordt opeisbaar, indien de financiële activa ten bewarende titel worden overgedragen of het voorwerp uitmaken van een zakelijke zekerheidsovereenkomst. Daarentegen vervalt de uitgestelde belastingschuld definitief, indien (a) de belastingplichtige opnieuw immigreert of (b) na de 24 maanden na emigratie.
Type 1: Interne meerwaarden
Welke interne meerwaarden worden geviseerd?
Er is sprake van een interne meerwaarde, wanneer een belastingplichtige aandelen of winstbewijzen – meestal in een Belgische of buitenlandse (werk)vennootschap – overdraagt aan een andere vennootschap – meestal een holding – die hij zelf of samen met zijn familie al dan niet rechtstreeks controleert.
Een interne meerwaarde ontstaat ingevolge inbreng van de aandelen, dan wel verkoop van de aandelen. Ten aanzien van de inbreng heeft de fiscale wetgever in het verleden al maatregelen genomen om misbruiken in de praktijk te beteugelen. In het kader van de meerwaardebelasting wordt enkel de situatie waarin een interne meerwaarde ingevolge verkoop gerealiseerd wordt, geviseerd.
Er is geen minimumpercentage t.a.v. de overgedragen aandelen of winstbewijzen voorzien. Wat de overnemende vennootschap betreft, dient ‘de controle’ die ‘hij zelf of samen met zijn familie’ uitoefent, beoordeeld te worden overeenkomstig artikel 1:14 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Hoe wordt de interne meerwaarde berekend?
Uitgangspunt zijn de hierboven beschreven principes.
Specifiek voor niet-beursgenoteerde ondernemingen is voorzien dat de hoogste van volgende waardes als fiscale aanschaffingswaarde op 31 december 2025 mag weerhouden worden:
- de waarde gehanteerd bij een overdracht onder bezwarende titel van dezelfde financiële activa tussen volstrekt onafhankelijke partijen, of naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of de laatste verhoging van haar kapitaal die plaatsvond tussen 1 januari 2025 en 31 december 2025;
- de waarde die het resultaat is van de toepassing van een waarderingsformule vastgesteld in een contract of in een contractueel aanbod van verkoopoptie met betrekking tot deze financiële activa dat in werking is op 1 januari 2026;
- wat aandelen en met aandelen gelijkgestelde instrumenten betreft het eigen vermogen verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan vier keer de EBITDA, bedoeld in artikel 2759, §2, derde lid WIB/92, van het laatste boekjaar afgesloten voor 1 januari 2026.
In afwijking hiervan kan de belastingplichtige de waarde van aandelen en met aandelen gelijkgestelde instrumenten vaststellen als zijnde gelijk aan hun waarde op 31 december 2025, zoals bepaald uiterlijk op 31 december 2027 door een bedrijfsrevisor die niet de commissaris is of een onafhankelijke gecertificeerd accountant.
Aan welk tarief wordt de interne meerwaarde belast?
Interne meerwaarden gerealiseerd door verkoop worden integraal onderworpen aan een aanslagvoet van 33%.
Is er een belastingvrijstelling voor interne meerwaarden?
Er is geen belastingvrijstelling voorzien voor interne meerwaarden. De volledige interne meerwaarde is belastbaar.
Is er aangifteplicht voor interne meerwaarden?
Ja, de gerealiseerde interne meerwaarde moet worden aangegeven in de aangifte (rechts)personenbelasting.
Type 2: Aanmerkelijk belang
Wanneer is er sprake van een aanmerkelijk belang?
In het kader van de meerwaardebelasting is er sprake van een “aanmerkelijk belang”, wanneer de belastingplichtige rechtstreeks minstens 20% bezit van de rechten in de vennootschap, waarvan de aandelen worden overgedragen (en deze overdracht niet onder ‘Type 1’ valt).
Met ‘rechten in de vennootschap’ wordt bedoeld rechten in het kapitaal (bvb. bij een Belgische NV), dan wel in het eigen vermogen (bvb. bij een Belgische BV, een vennootschapsvorm die geen strikt kapitaalbegrip meer kent). Dit geldt ook voor buitenlandse vennootschappen.
Aan wie het aanmerkelijk belang wordt overgedragen, is irrelevant.
Hoe wordt de meerwaarde van een aanmerkelijk belang berekend ?
De algemene principes, alsook de specifieke toelichting onder ‘Type 1’ gelden eveneens voor de berekening van de gerealiseerde meerwaarde op een aanmerkelijk belang.
Aan welk tarief wordt de meerwaarde van een aanmerkelijk belang belast?
Voor de meerwaarde van een aanmerkelijk belang is voorzien in progressieve tarieven:
| Tarief | Van | Tot |
|---|---|---|
| 1,25% | - | € 2.500.000 |
| 2,50% | € 2.500.000 | € 5.000.000 |
| 5,00% | € 5.000.000 | € 10.000.000 |
| 10,00% | € 10.000.000 | - |
Let wel, wanneer de participatie wordt overgedragen aan een niet-EER rechtspersoon, dan zal een vlak tarief van 16,5% op de meerwaarde verschuldigd zijn.
Is er een belastingvrijstelling voor de meerwaarde van een aanmerkelijk belang?
Ja, de eerste schijf van EUR 1.000.000,00 aan gerealiseerde meerwaarde blijft onbelast.
Deze vrijstelling kan gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren gebruikt worden, indien de belastingplichtige tijdens die periode meerdere aanmerkelijke belangen overdraagt en daarop belastbare meerwaarden realiseert.
Is er aangifteplicht voor de meerwaarde van een aanmerkelijk belang??
Net als voor de ‘Type 1’-meerwaarden zullen ook de meerwaarden van een aanmerkelijk belang moeten opgenomen worden in de aangifte (rechts)personenbelasting.
Type 3: Residuaire Regime
Wat betekent dit residuaire regime?
Meerwaarden die gerealiseerd worden op financiële activa, andere dan degene bedoeld onder ‘Type 1’ en ‘Type 2’, zijn belastbaar in deze restcategorie.
Meer concreet, kan er hier dus bijvoorbeeld gedacht worden aan gerealiseerde meerwaarden binnen een effectenportefeuille, aan de overdracht van een minderheidsparticipatie (d.w.z. minder dan 20%) in een vennootschap of aan de afkoop van een Luxemburgse levensverzekeringspolis.
Hoe wordt de meerwaarde voor het residuaire regime berekend?
De hierboven beschreven algemene principes, alsook – in zoverre van toepassing – de zaken die specifiek onder ‘Type 1’ werden opgenomen, gelden hier ook.
Daarnaast zijn er nog enkele andere aandachtspunten, wat betreft de vaststelling van de fiscale aanschaffingswaarde van bepaalde financiële activa, m.o.o. het vrijstellen van de historische waardeaangroei.
Voor beursgenoteerde financiële activa die in het bezit zijn op 31 december 2025, zal de fiscale aanschaffingswaarde gelijk zijn aan de laatste slotkoers van het jaar 2025.
Wat de op 31 december 2025 bestaande verzekeringspolissen betreft, mag de hoogste van volgende twee waarderingen als fiscale aanschaffingswaarde weerhouden worden:
a) de inventariswaarde van de polis op 31 december 2025, of
b) de som van de door de verzekeringnemer gestorte premies, indien deze hoger is dan de inventariswaarde op 31 december 2025.
Tot slot zijn er ook nog bijzondere regels voorzien voor de waardering in het kader van aandelen(optie)plannen, zoals bedoeld in de artikelen 41 tot 49 van de wet van 26 maart 1999.
Aan welk tarief wordt de meerwaarde voor het residuaire regime belast?
Een vlak tarief van 10% zal van toepassing zijn op de type 3 belastbare meerwaarden.
Is er een belastingvrijstelling voor meerwaarden binnen het residuaire regime?
De eerste schijf van EUR 10.000,00 aan meerwaarden zal vrijgesteld zijn. Dit bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden. De vrijstelling geldt per persoon. Dit houdt o.m. in dat wanneer bij een gehuwd koppel de gerealiseerde meerwaarde (juridisch) in het gemeenschappelijk vermogen terecht komt, iedere echtgenoot op de vrijstelling beroep kan doen, waardoor de meerwaarde ten belope van EUR 20.000,00 kan vrijgesteld worden.
In de mate dat de eerste schijf van EUR 1.000,00 van deze EUR 10.000,00 niet gebruikt wordt, is dit niet gebruikt saldo gedurende maximaal vijf jaar overdraagbaar. Bij het volledig niet inroepen van deze vrijstelling gedurende vijf jaar leidt dit dus tot een vrijstelling van EUR 15.000,00 in het vijfde jaar. Ook het bedrag van die EUR 1.000,00 zal jaarlijks geïndexeerd worden.
Meerwaarden op financiële activa zullen evenmin belastbaar zijn, in de mate dat ze reeds belastbaar zijn als roerend inkomen of als beroepsinkomen. Dit is bvb. van belang, indien een meerwaarde gerealiseerd wordt op een beleggingsfonds. Deze meerwaarde zal mogelijk (eerst) belastbaar zijn onder de zgn. Reynderstaks (30%). Ten aanzien van de meerwaardebelasting is dan voorzien dat de belastbare basis voor de Reynderstaks moet afgetrokken worden van de totale meerwaarde. Het saldo aan meerwaarde is belastbaar aan 10% meerwaardebelasting.
Tot slot zijn er ook nog enkele zeer specifieke vrijstellingen voorzien, zoals voor groepsverzekeringen, pensioenspaarproducten, bepaalde ‘corporate actions’ bij beleggingsfondsen (bvb. een fusie van fondsen, een omvorming van een FCP in een SICAV, …, waarbij in de regel de fiscale aankoopdatum/-prijs van het opgeslorpte of omgevormde fonds behouden blijft), inbrengen van aandelen, bepaalde uitonverdeeldheidtredingen, …
Is er aangifteplicht voor meerwaarden binnen het residuaire regime?
Hier is een hele regeling uitgewerkt. In één zin samengevat: de meerwaardebelasting wordt door de bank ingehouden, tenzij er uitdrukkelijk voor gekozen wordt dat die niet gebeurt (“opt-out”).
De bevrijdende inhouding door de Belgische bank is de regel. Op elke gerealiseerde meerwaarde zal 10% belasting ingehouden worden. De belastbare basis voor deze inhouding is gelijk aan het verschil tussen de ontvangen prijs en de fiscale aanschaffingswaarde. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met de vrijstelling van EUR 10.000,00, noch met eventuele minderwaarden, noch – voor kwalificerende overdrachten tot uiterlijk 31 december 2030 - met de werkelijk betaalde hogere aanschaffingsprijs. Indien de belegger één van deze zaken fiscaal wil verrekend zien, zal dat moeten gebeuren via de aangifte personenbelasting door (slechts) ten belope van dat bedrag meer-/minderwaarden aan te geven.
De “opt-out” is de expliciet te vragen uitzondering. In die hypothese zal er op geen enkele meerwaardebelasting ingehouden worden. De belegger is dan verplicht om zelf álle meer- en minderwaarden aan te geven in zijn aangifte personenbelasting. De meerwaardebelasting zal dan pas moeten betaald worden na ontvangst van het aanslagbiljet.
Als een vorm van controlemaatregel zijn Belgische banken verplicht om aan de fiscus te melden wie voor “opt-out” gekozen heeft en ‘alle inkomsten waarop deze keuze betrekking heeft’.
De keuze (inhouding vs. “opt-out”) geldt voor onbepaalde duur en steeds voor een volledig kalenderjaar. Indien men de gemaakte keuze wil wijzigen, zal dit pas in werking treden op 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.
Is dit ook zo voor rechtspersonen?
Voor rechtspersonen geldt een enigszins andere procedure: zij zijn zelf (i.p.v. de Belgische bank) schuldenaar van de meerwaardebelasting en zullen hiervoor zelf dus het nodige moeten doen (inhouding, aangifte in de roerende voorheffing en tijdige doorstorting aan de fiscus). Wat de fiscale ‘voordelen’ betreft (vrijstelling EUR 10.000,00, verrekening minderwaarden en tijdelijk tegenbewijs hogere aanschaffingswaarde), deze zullen zij moeten claimen via de aangifte rechtspersonenbelasting.
In gesprek over uw wensen en doelen?
Nog geen cliënt bij ABN AMRO MeesPierson?

Maak vrijblijvend kennis en ontdek wat onze private banking‑dienstverlening voor u kan betekenen. Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
Bent u al cliënt?

Uw private banker is uw vaste aanspraakpunt voor vragen over uw vermogen. Geen gegevens bij de hand? Bekijk hier de contactopties.