Update Obligaties – Hoe om te gaan met AI-impact?

Wereldwijd zijn obligatierentes dit jaar tot nu toe gedaald, vooral in de afgelopen weken, ondanks verbeterende economische indicatoren (bij obligaties beweegt de rente in tegengestelde richting van de koers). En dat terwijl de inflatieverwachtingen nog altijd hoger zijn dan eind vorig jaar.
Wat zegt deze combinatie van een dalende rente en hogere inflatieverwachtingen? Het suggereert dat beleggers beginnen te denken dat centrale banken de toekomstige inflatie kunnen beheersen met lagere rentetarieven dan eerder werd aangenomen.
Dit is in feite het argument dat Kevin Warsh gebruikte om lagere rentestanden te bepleiten. En op die manier wist Warsh president Trump te verleiden om hem voor te dragen als nieuwe voorzitter van de Federal Reserve. Met dank aan AI kan de productiviteit stijgen – en op die manier kunnen kosten de komende jaren omlaag worden gebracht. Bedrijven kunnen dus meer winst maken door kosten te besparen. Dat betekent dat zij minder prijsverhogingen hoeven door te voeren (wat een drukkend effect heeft op de inflatie).
Aandelenbeleggers worstelen al enige tijd met de impact van AI. Macro-analisten en obligatiebeleggers richten zich inmiddels ook steeds meer op dit onderwerp. Een belangrijke reden daarvoor is dat grote AI-bedrijven zich nu op de obligatiemarkten begeven om kapitaal op te halen. Overvloedige kasreserves zijn niet langer voldoende om de enorme investeringen in toekomstige AI-capaciteit te financieren.
De investeringshausse in AI-infrastructuur versnelt in 2026 verder, wat steun biedt aan de economische groei. Maar de vraag blijft, welke bedrijven zullen profiteren van die infrastructuur. Succesvol beleggen in een tijd van grote verschuivingen is een kwestie van winnaars kiezen en verliezers vermijden. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is mogelijk dat de wereldeconomie zelf één van de winnaars zal zijn, omdat de productiviteit door AI een forse impuls krijgt. In dat geval kan het lonen om het portefeuillerisico te vergroten en daarbij goed te spreiden. Want als de wereldeconomie profiteert van AI, dan zullen de winnaars per saldo zwaarder wegen dan de verliezers.
Tegen deze achtergrond kunnen bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit (investment-grade) steeds interessanter worden voor Europese obligatiebeleggers. Staatsobligaties van perifere landen boden in het verleden een alternatief met vergelijkbare risicopremies (spreads). Maar de spreads op deze leningen zijn nu aanzienlijk lager. En dat terwijl de uitdagingen waar Europese overheden de komende jaren voor komen te staan misschien wel groter zijn dan de AI-gerelateerde uitdagingen voor bedrijven.
De recessierisico’s blijven afnemen, terwijl landen en bedrijven zich inspannen om een koppositie te krijgen in de AI-race. Ondertussen is het wanbetalingsrisico bij investment-grade bedrijfsobligaties erg laag. Maar we naderen mogelijk een periode waarin verstoringen kunnen optreden. Wanneer de kredietwaardigheid van bepaalde bedrijven wordt verlaagd naar high-yield, dan kunnen obligaties met willekeur in de verkoop worden gedaan. Actief portefeuillebeleid kan daarom verstandig zijn. Anders zijn de huidige, historisch lage spreadniveaus van bedrijfsobligaties misschien niet voldoende om uiteindelijk een hoger rendement te behalen dan dat op staatsobligaties.
Chris Huijs