IenC header 900x60

Beleggingsfondsen, open architectuur en het actief/passief debat

open architectuur

Een interview met Joachim Aelvoet, Head of Product Management

Wat is Open Architectuur in een notendop?

Joachim AelvoetOpen Architectuur betekent eigenlijk letterlijk dat je je “architectuur”(banksystemen, productaanbod,…) “open” stelt voor producten van andere partijen. Het concept Open Architectuur is geboren uit de idee dat het onmogelijk is om op elke tijdstip, in elke activaklasse en in elke beleggingsstijl steeds de beste te zijn. Dan zet je het klantbelang niet centraal. In 1996 zijn we gestart met Open Architectuur voor beleggingsfondsen. We waren destijds –en zijn nog steeds- echte pioniers op dat vlak.
Ons selectiebureau, ABN AMRO Advisors, is toen opgericht. Hun taak bestaat erin full time het wereldwijde fondsenaanbod van andere partijen te screenen om op die manier de beste beheerder en de beste strategieën te selecteren. Ondertussen heeft dit team 20 jaar ervaring in het uitkiezen van fondsen en werken er een 30-tal medewerkers verdeeld over kantoren in Amsterdam, Parijs en Hong Kong.

Veel financiële partijen spreken van open Architectuur vandaag. In hoeverre zijn jullie anders dat de andere partijen actief op de Belgische markt?

In tegenstelling tot sommige van onze concurrenten geloven wij sterk dat je Open Architectuur niet kunt combineren met een aanbod van eigen fondsen. Hoe lastig is het immers om objectief een fonds van één van je rechtstreekse collega’s op de verkooplijst te zetten? Omdat je dit belangenconflict ten allen tijde moet vermijden, bieden we geen eigen fondsen aan.

Maar ook als je Open Architectuur aanbiedt moet je opletten voor belangenconflicten. In de fondsenindustrie is het gebruikelijk dat de distributeur (i.e. de bank) een vergoeding(i.e. retrocessie of rebates genoemd) krijgt van het fondshuis om zijn fonds te verdelen. Dit bedraagt gemiddeld 50 à 60% van de management fee van het fonds. De klant heeft hier vaak geen weet van. Ook hier zijn wij pionier geweest op de Belgische markt. Sinds januari 2014 geven wij 100% van deze vergoeding terug aan onze klanten in adviserend of discretionair beheer. Dit maakt het overzichtelijk en transparant voor de klant. Ik verwacht in de toekomst meer partijen die voor deze openheid kiezen. In sommige Europese landen is het bovendien zelfs verboden om dergelijke vergoedingen nog te ontvangen.

Hoe ziet het selectieproces eruit bij ABN AMRO?

Het startpunt van het selectieproces is een in huis ontwikkelde tool waarmee een kwantitatieve screening plaatsvindt van een database met 140.000 verschillende fondsen. Deze screening kijkt voornamelijk naar de relatieve past performance waarbij meer nadruk wordt gelegd op het korte verleden. Dit wordt gecombineerd met een asymmetrische relatieve risicomaatstaf.

Op basis van deze output gaan onze analisten aan de slag. Ze kijken naar het beleggingsproces, het beleggingsteam, de filosofie achter het beheer, de kwaliteit van de beheerder, het risicobeheer en interpreteren de kerngegevens van het fonds. Dit is een intensief proces. In 2015 hebben er meer dan 800 meetings plaatsgevonden met beheerders en productspecialisten. Je moet dus genoeg analisten hebben om dit goed te doen. Onze analisten gaan ook vaak ter plaatse. Op basis van deze input wordt een rapport overgemaakt aan het hoofd van het selectieproces.

Naast het rapport van de analist vindt er ook een due diligence plaats. De bedoeling van deze analyse is om de structurele risico’s in kaart te brengen. Je moet dan denken aan zwakke informaticastructuur, te weinig kennis van zaken bij de beheerder en de mensen die in het beleggingsproces zitten, te veel personeelsverloop in de organisatie, te zwak risicobeheer,... Hierbij gaat ons risk management steeds ter plaatse om met eigen ogen te zien wat de situatie is. Risk management heeft ook een vetorecht in het beleggingsproces.

Op basis van beide rapporten worden fondsen vervolgens al dan niet toegevoegd aan onze koop lijst. Het spreekt voor zich dat fondsen die goedgekeurd worden ook steeds gemonitord worden door onze analisten en het risk management team.

Bij Institutionele beleggers zien we een stijgende vraag naar passieve instrumenten. In hoeverre is Open Architectuur ook nuttig voor passieve instrumenten?

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, moet je voor passieve instrumenten ook zeker gebruik maken van Open Architectuur. Hier wordt het immers belangrijk om instrumenten te selecteren die zo dicht mogelijk bij de benchmark aansluiten. Hiervoor heb je voldoende volume nodig om de kosten laag te houden. Je kunt dus vaak beter werken met de grotere partijen. Daarom kiezen wij uit 6 grote partijen om onze passieve instrumenten te kiezen.

Bij ABN AMRO België hebben we bovendien voor onze passieve oplossingen gekozen om een aantal oplossingen op te zetten met Amundi. Op die manier kunnen we bijvoorbeeld een passieve oplossing exclusief voor ABN AMRO klanten aanbieden op de MSCI Europa aan 12.5Bp . Op de MSCI Emerging Markets zijn we geëindigd aan een TER van 15Bp. Zo kunnen we echt onze toegevoegde waarde laten zien aan onze klanten.

Naast de kostenproblematiek, is er ook een breed spectrum aan mogelijkheden om een benchmark te volgen. Je kunt kiezen tussen fysieke replicatie en sampling replicatie, al dan niet in combinatie met derivaten. Daarnaast zijn er verschillen in fiscale behandeling van dividenden in functie van het land waar het fonds is uitgegeven. De beheerder kan soms ook meer vrijheid krijgen om te anticiperen op veranderingen in de benchmark. Tenslotte speelt ook de mogelijkheid tot securities lending een grote rol bij passieve strategieën. En dan hebben we nog niet gesproken van semi-actieve of semi-passieve strategieën zoals Smart Beta.

Wat vindt u van het Actief versus Passief debat?

Binnen ABN AMRO voeren wij elke twee jaar een studie uit om na te gaan of we erin geslaagd zijn om de juiste actieve fondsen te kiezen. Daarnaast gaan we ook na of de “markt” van actieve fondsen voor deze activaklasse erin geslaagd is het beter te doen dan de benchmark. Het is goed om regelmatig na te gaan of de actieve asset manager er echt in slaagt om van toegevoegde waarde te zijn voor je klanten. Doordat dit een pure kwantitatieve oefening is moet je wel voorzichtig zijn met je conclusies.

Op basis van de analyse van vorig jaar hebben we vanuit een kwantitatief oogpunt gezien dat overheidsobligaties best bespeeld kunnen worden via passieve instrumenten. Vanuit een kwalitatief oogpunt leek het ons echter opportuun om actieve oplossingen te kiezen die meer exposure hadden naar de periferie landen. Het is dus geen zwart/wit discussie.

Is Open Architectuur enkel bij Fondsen van toepassing?

Nee, zeker niet. We zien bijvoorbeeld een sterke toegevoegde waarde bij het gebruik van het Open Architectuur concept bij gestructureerde producten. Dergelijke producten zijn zinvol om de wensen van onze klanten goed in te vullen. Het is daarbij zeer belangrijk om een competitieve pricing te realiseren. We hebben alle volume van de bank gecentraliseerd in één team dat constant de partijen vraagt naar hun beste prijzen. Op die manier weten wij welke partijen op welke onderliggende en op welke soort structuren competitief zijn. We tonen dan meestal minstens 3 prijzen van tegenpartijen waarbij de klant kan kiezen met wie hij de structuur aangaat.

Lees meer