IenC header 900x60

Impact van staatsfondsen op de financiële markten: wat is er echt van aan?

door Erik Joly, Head Investment Office / Chief Economist

Erik Joly

Sommigen beweren dat de stevige correctie van de olieprijzen, waar we sinds een paar maand mee geconfronteerd worden, een negatief effect heeft op de economie.  Ze wijzen in dat verband vooral met de vinger naar de investeringspolitiek van staatsfondsen (de zogenaamde Sovereign Wealth Funds of SWF’s). De massale verkoop van risicovolle activa door deze entiteiten, lijkt de recente correctie op de financiële markten  te hebben verergerd. Maar wat is de reële impact van deze fondsen op het huidig beursklimaat?

Staatsfondsen zijn publieke investeringsfondsen, die in handen zijn (rechtstreeks of onrechtstreeks) van overheden. Deze proberen hun nationale spaargelden te laten renderen, zonder evenwel de minste rekenschap te geven aan wie dan ook. Deze fondsen zijn doorgaans zeer ondoorzichtig en publiceren relatief weinig gegevens. Het eerste staatsfonds werd in 1953 in het leven geroepen door Koeweit. Vandaag bestaan er wereldwijd al meer dan 40; met name Noorwegen, China en Rusland hebben sinds geruime tijd hun eigen SWF opgericht.

Sinds een aantal jaren, steken deze fondsen inzake investeringsbeleid, de private equity fondsen steeds meer naar de kroon. In de jaren 80 en 90 waren het de private equity fondsen die massaal de schuldenberg  van tienduizenden bedrijven van over de hele wereld overnamen. Op die manier hebben zij toen het financiële systeem gevrijwaard van een catastrofe. Tijdens de Amerikaanse vastgoedcrisis van 2007 echter, waren het de SWF’s die hebben bijgedragen aan de stabilisering van de bancaire industrie. Aanvankelijk was hun interventie eerder discreet. Na verloop van tijd, werden zij meer offensief, zelfs agressief. Door op die manier te handelen, worden staatsfondsen niet altijd op een positieve manier gepercipieerd. Zo stemden de Verenigde Staten reeds in 2007 de National Security Act, teneinde de activiteiten en de impact van de SWF in de Amerikaanse bedrijven te beperken.

Van 400 miljard dollar in 1990 tot meer dan 7000 miljard dollar vandaag, dat is de fenomenale opgang in AUM (assets under management) van deze fondsen. Dit bedrag (de som van alle activa van alle staatsfondsen samen) overschrijdt vandaag ruimschoots het BNP van de Verenigde Staten. Volgens informatie gepubliceerd door de Sovereign Wealth Fund Institute (SWIF), bedroeg de totale som van alle activa, beheerd door de SWF’s  op het einde van vorig jaar 7200 miljard dollar. Twaalf maanden eerder, viel dit cijfer nog 100 miljard dollar hoger uit.

Na meerdere jaren van ononderbroken groei, kan deze terugval op het eerste gezicht verrassend overkomen. Echter, de daling van de olieprijzen heeft er enerzijds voor gezorgd dat de beschikbare, te investeren bedragen in deze fondsen fors teruggelopen zijn. Anderzijds heeft de implosie van de olieprijs ook de verkoop van risicovolle activa uit hun portefeuille versneld. Volgens de SWIF komt ongeveer 56 procent van de activa van SWF’s, voort uit landen die hun rijkdommen hebben geaccumuleerd dankzij natuurlijke rijkdommen (olie, aardgas,…). Logisch dus dat zij als eerste in de klappen deelden. Daarnaast zien echter ook de landen (die een SWF hebben opgericht) maar die niet rechtstreeks profiteren van olierijkdommen, hun activa dalen.

Teneinde zich een idee te kunnen vormen van de impact die de handelingen van de staatsfondsen op de financiële markten hebben gehad in een recent verleden, hebben we de maandelijkse gemiddelde verandering in de activa van de SWF’s vóór de correctie van de olieprijs geanalyseerd  (de correctie die begon in de 2e helft van 2014). Wij hebben deze situatie vergeleken met die van na de correctie. Tussen begin 2010 et de 1e helft van 2014 zagen SWF’s hun activa toenemen met gemiddeld 50 miljard dollar per maand. Vanaf de tweede helft van 2014 daalden ze gemiddeld met 5 miljard dollar per maand. Deze cijfers zijn waarschijnlijk maar een deel van het verhaal en reflecteren niet ten volle alle in-en uitgaande stromen. Ook de daling van de beurzen heeft immers één en ander beïnvloed.

Wanneer de Federal Reserve begon met haar “tapering”, daalde het opkopen van obligatiepapier van 85 miljard dollar per maand naar nul. De impact van  de  “tapering” door staatsfondsen is dus zeker niet van dezelfde grootorde. Dit gezegd zijnde, is de impact wel degelijk aanwezig en heeft ze zeker de recente correctie versterkt. Echter, dit fenomeen speelde ook al eind 2014. Alleen is de beweging de laatste weken intensiever geworden. Maar stellen dat de wijziging van het beleggingsbeleid van de SWFs een primaire aanjager is van de recente dalingen op de beurs, is in onze ogen een brug te ver.

Lees meer